André Krieg
Het Openbaar Vervoer Museum is opgericht door André Krieg . Net
zoals de meeste kinderen speelde hij in zijn jeugd veel met treintjes.
De interesse hierin werd in de loop van de jaren alleen maar groter.
Hij wilde meer over de achtergrond en historie van het openbaar vervoer
te weten komen en ging van alles op dit gebied verzamelen. Wat op een
gegeven ogenblik behoorlijk uit de kluiten ging groeien en André
dit niet meer alleen voor zichzelf wilde houden, maar het ook aan
anderen willen laten zien.
Op 16 december 1984 opende hij daarom de deuren van het Openbaar Vervoer Museum in zijn ouderlijk huis in de Schinkelstraat. In eerste instantie dacht hij dat een museum ophield bij het ophangen van een bordje ‘museum' en het tonen van de collectie. In deze tijd was het museum alleen geopend volgens afspraak. Dit werd een groot succes. Vele scholen maakte een afspraak en wilde een rondleiding in het museum hebben. Ook de collectie bleef maar groeien.
Het onderkomen van het Openbaar Vervoer Museum werd al heel snel te klein. André Krieg ging daarom op zoek naar een ander onderkomen voor het museum. De gemeente Schiedam had wel interesse in het museum, maar op dat moment ontbrak het de gemeente aan financiën en een geschikte ruimte om dit te kunnen realiseren. Daarom is in overleg met de RET besloten om het museum naar het metrostation Oostplein te verhuizen. Wij zitten hier op een unieke locatie, daar boven het museum de bus en tram rijden en onder het museum rijdt de metro. Een geschiktere locatie voor een museum over openbaar vervoer kan men zich niet wensen.
Natuurlijk moest er hard worden gewerkt om de ruimte geschikt te maken voor het museum. Dat hadden de medewerkers van het Openbaar Vervoer Museum er graag voor over. André Krieg kon het uiteraard niet meer alleen en heeft toen ook de Stichting Openbaar Vervoer Museum opgericht. Dit werkte ook beter tegenover bedrijven en instellingen. Ook de sponsors kijken anders naar het museum door de oprichting van de stichting.
Vrijdag 14 september 1990 was het dan zover dat het museum officieel heropend kon worden in het metrostation Oostplein. De openingshandeling is verricht door Mevrouw Mr. A.G. Verbeek – Ohr, toenmalig wethouder Milieuzaken, Buitenruimte, Verkeer en Vervoer van de Gemeente Rotterdam in aanwezigheid van de toenmalige directie van de RET.
Ondanks het feit dat het museum niet zo heel erg groot is, zijn er vele bezoekers in de afgelopen jaren in het museum geweest en ook zijn er diverse evenementen en tentoonstellingen te zien geweest. Vaak ook in samenwerking met andere instellingen en organisaties. Wat het nodige aan publiciteit heeft opgeleverd voor het museum.
Verbouwen
In september 2002 zijn wij dicht gegaan vanwege de verbouwing. Wij zijn
toen begonnen om het museum leeg te halen en gedeelte ook spullen uit
elkaar te halen, zodat de verbouwing gemakkelijker plaats zou kunnen
vinden. De RET ging de muur van het museum verplaatsen om alle gekke
hoeken die er op dat moment inzaten, recht te trekken, zodat de
passagiers zich veiliger zouden voelen als ze door de gang heen liepen.
Deze verbouwing had en heeft natuurlijk voor ons grote voordelen, het
museum heeft er namelijk 50 procent meer vloeroppervlakte bij gekregen.
Door deze extra ruimte is het pijpenla-effect van het museum verdwenen.
Om deze extra vloeroppervlakte te vullen, hebben wij absoluut geen problemen mee, daar het museum een enorme collectie bij elkaar verzameld heeft. Het meeste van de collectie bestaat uit de privé-verzameling van André Krieg zelf.
Helaas heeft deze verbouwing ook wat langer geduurd dan gepland. Baldadige jongeren zijn gaan joyrijden met een vorkheftruck en richten veel schade aan. Ook is er wateroverlast geweest en problemen met de vloer. Tot drie keer toe is marmoleum gelegd, maar elke keer kwamen er hobbels en bobbels. Een viltrand moet dit euvel nu verhelpen.
Toen de RET klaar was met de verbouwing, zijn we zelf flink aan de slag gegaan met het opknappen van het een en ander en het bouwen van nieuwe vitrines e.d. om een totaal andere opstelling te krijgen als voor de verbouwing. Natuurlijk ontbreekt ook de modelbaan niet, wat een enorme klus is om dit helemaal netjes op orde te krijgen. Het is een uiterst secuur werk met veel gepriegel.
Ondanks het feit dat de ruimte van het museum nog steeds niet groot mag lijken, in de ogen van sommige bezoekers, wat betreft de collectie, kunnen we ons ondertussen best meten met een middelgroot museum. Na de opening van 17 februari a.s. zal er weer meer tijd besteedt worden aan het verder op orde brengen van de collectie. Daarna kunnen we de stappen gaan nemen om de officiële status van geregistreerd museum te verkrijgen. Dit zien wij als een kroon op het werk dat in de afgelopen jaren is verzet door de vrijwilligers.
Vrijwilligers
Het Openbaar Vervoer Museum werkt uitsluitend met vrijwilligers. Helaas
hebben wij een behoorlijk lange tijd veel tegenslagen moeten verwerken
in de persoonlijke sfeer, waardoor de werkzaamheden in het Openbaar
Vervoer Museum op een lager pitje kwamen te liggen. Maar uiteraard
hebben we de draad weer opgepakt en zijn we er met elkaar weer flink
tegenaan gegaan en nu kunnen we dan eindelijk weer de deuren voor het
publiek openen. Dit hebben wij al voorzichtig gedaan in de
zomervakantie van 2005 voor het Jeugdvakantiepaspoort. Vanaf zaterdag
17 december jl. zijn wij weer geopend voor het publiek. Hoewel de
herinrichting toen nog niet helemaal was voltooid, kregen we toch al
diverse leuke reacties.